28 mei 2012

Feest van list en bedrog
























Ik heb twee weken niet gefietst, want ik was op vakantie. Dat gaf me wel de gelegenheid om in één ruk Het feest van list en bedrog van Herman Chevrolet uit te lezen. Het boek heeft als ondertitel Een sinistere geschiedenis van de wielersport, en dat is het dan ook. Een prachtig overzicht van de geschiedenis van het wielrennen, van het allereerste begin tot nu. Met als rode draad de list en het bedrog dat al vanaf het eerste begin in de sport was ingebakken. Over combines en verkochte koersen. Over vrienden en rivalen. Over de Tour en de Giro. Over Bartali en Coppi. En over doping natuurlijk. Van Choppy Warburton tot Bernard Sainz, en van Arthur en Thomas Linton tot Frank Vandenbroucke en Lance Armstrong, iedereen komt voorbij.
Herman Chevrolet is een geweldig schrijver, wie af en toe het wielertijdschrift De Muur koopt, weet dat. Mooie, helder geschreven zinnen. En ondanks enkele herhalingen is het boek geen bladzijde te lang. Het leest heerlijk weg. En zelfs iemand zoals ik die toch vrij veel over het wielrennen weet (of dacht te weten), steekt er nog flink wat van op.
Kopen dus (25 euro). En lezen.

1 mei 2012

Vorm of foutje?
























De DTC Flanderijn Utrechtse Heuvelrugtocht over 140 kilometer, dat leek me wel wat. Mijn fietsseizoen is niet heel voortvarend op gang gekomen, dus dit zou mijn eerste 100+km-tocht worden van het jaar.
Na het koude prutweer van de afgelopen week, was het afgelopen zondag opeens heel aardig fietsweer. Bij vertrek om kwart over negen 11 graden. Bij aankomst tegen drieën 17 graden en zonnig.
De één na de ander had op het laatst afgezegd, dus uiteindelijk waren we maar met zijn tweeën. Er waren niettemin veel fietsers op de tocht afgekomen, en dat was prettig. De eerste zestig kilometer gingen in minder dan twee uur. Lekker in een groepje hangen. Vanaf kilometer 80 werd het lastiger. Het leek alsof veel deelnemers voor de 100 km tocht hadden gekozen. Het werd dus rustiger en ik reed lange tijd alleen. Toch hield ik de snelheid meestal boven de 30.
Op de dijk van Wageningen naar Rhenen had ik het even zwaar en werd ik ingehaald door een groep van een man of tien. Ik kon maar nauwelijks aanpikken, maar wist op de Grebbeberg toch weer enkelen van hen te passeren.
De controlepost in Rhenen zou op 97 kilometer liggen, maar mijn teller stond inmiddels op 100. Vreemd. Na een cola en een appelpunt reden we met zijn tweeën verder. Bij aankomst in Driebergen stond mijn teller op 145. Rijtijd: 5 uur en 1 minuut. Geen slecht gemiddelde. Ik zou bijna zeggen: vorm.
Maar toch vertrouwde ik het niet. Ik heb een dag later dus maar even mijn wielomtrek opgemeten en die vergeleken met de waarde in mijn fietscomputer: 2,12, in plaats van de 2,20 die vreemd genoeg in mijn tellertje was vastgelegd. Hoe kwam die 2,20 daar? Heb ik dat gedaan? Ongetwijfeld, maar die 2,20 komt me volstrekt onbekend voor. Ik heb altijd 2,10 in mijn hoofd gehad, dus ergens heb ik bij het opnieuw instellen na het batterij verwisselen een knopje te vaak of te lang ingedrukt gehouden. Foutje.
Hoe het ook zij, over raadselachtige zaken moet ik niet te lang nadenken, want dat gaat zeuren in mijn brein.
Twee-twaalf dus in plaats van twee-twintig. Dat verklaart in elk geval een hoop. Nou ja, 140 kilometer over de Utrechtse heuvels in vijf uur. Nog steeds niet slecht.

23 april 2012

Lekke band

Enkele weken geleden beweerde ik dat ik tijdens het fietsen nog nooit een lekke band had gehad. Dat was natuurlijk de goden verzoeken.

Vanochtend was het weer tijd voor mijn wekelijkse maandagochtendtraining. Ik had twee uur de tijd om mijn fysieke staat van zijn te peilen, dit ter voorbereiding op de fietstocht van aanstaande zondag: de Flanderijn Utrechtse Heuveltocht, over 140 kilometer.
Wat moest er dan gepeild worden? Mijn conditie? Nee, die is goed genoeg voor vijf uurtjes fietsen over de Utrechtse Heuvelrug. Nee, het ging om een kleine rugcontrole. Vorige week woensdag schoot het ’s ochtends bij het uitruimen van de vaatwasser (kan het lulliger?) namelijk even flink in mijn rug en de dagen daarna had ik daar behoorlijk last van. Zitten was in elk geval zeer belastend en opstaan vanuit zit heel pijnlijk, zo niet onmogelijk. Een bezoek aan mijn ostheopaat bracht vrijdag evenwel verlichting.
Vanochtend dus weer op de fiets, voor een rondje van 55-60 kilometer. De regenradar voorspelde een bui van 20 minuten. Die nam ik voor lief. Wind tegen, een spetterende regen, het deerde me niet. De Maeslantkering was het gebruikelijke doel. En daar een paar keer op en af.
Op de terugweg windje mee. Van Hoek van Holland naar Den Haag, door de duinen. Daar had ik het fietspad voor mezelf. Niemand te zien.
Bij het klimmetje van het Schelpenpad, net ten noorden van Monster, vroeg ik me opeens af hoe het werk aan het nieuwe duinfietspad er voor stond. Ik sloeg na het klimmetje dus niet meteen rechtsaf, zoals gebruikelijk, maar ik reed rechtdoor, naar het nieuwe duin, vijftig meter verder, met het nieuwe fietspad in aanleg. Dat had ik beter niet kunnen doen.
Pscht-pscht-pscht-pscht! Wat was dat? Was er iets tussen mijn remmen en mijn velgen gekomen? Een plastic zakje of zo? Toen voelde ik het al: een lekke achterband. En een flink gat ook, zag ik toen ik was afgestapt. Fuk!
Op het nieuwe duin zag ik dat het nieuwe fietspad inmiddels klaar was. Tegels, geen asfalt. Maar dat interesseerde me op dat moment niet zoveel. Ik haalde mijn achterwiel uit mijn fiets, hing mijn frame aan een houten hek, en pakte mijn reservebandje, mijn bandenlichters en mijn pompje uit mijn zadeltasje. Er was in geen velden of wegen ook maar iemand te zien. En het waaide flink.
Dat pompje heb ik nu tweeëneenhalf jaar, maar ik heb het nog nooit hoeven gebruiken. Het is een heel ingenieus pompje. Zo ingenieus dat ik niet meer precies wist hoe die werkte. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik nog driekwartier had voordat ik op school moest zijn om zoon Sil op te halen. Ik was een kwartier fietsen van huis, dus ik had nog enige speling.
In mijn ooghoek zag ik een fietser aankomen. Vanuit het niets. Ik vroeg hem of hij een pomp bij zich had. Dat had hij, en een paar minuten later kon ik weer verder. Uit boosheid nam ik het oude fietspad door de duinen terug naar Den Haag.

Ik moet dus een nieuwe achterband kopen. En een binnenbandje. Het pompje heb ik thuis voor alle zekerheid nog even op de juiste werking gecheckt. Mijn rug is goed genoeg voor zondag.